Kop aan kop: type 11 tegenover type 01
Binnen de Europese piping- en apparatenbouw is de NEN-EN 1092-1 normering de absolute leidraad voor stalen flenzen. Hoewel de norm exact de afmetingen voorschrijft, laat het de keuze voor het type flens vaak over aan de engineer. En daar ontstaat op de werkvloer regelmatig de discussie tussen inkoop en engineering: waarom kiezen voor een robuuste Type 11 voorlasflens als een compacte Type 01 vlakke lasflens op papier aan dezelfde drukklasse kan voldoen?
In dit deel van 'Kop aan kop' zetten we de twee meest gebruikte flenstypen recht tegenover elkaar.
De verschillen in één oogopslag
|
Eigenschap |
|
Type 01 (vlakke lasflens) |
|
Type 11 (Voorlasflens / Weld Neck) |
|
Officiële naam |
|
Plate flange for welding |
|
Weld-neck flange |
|
Vorm |
|
Vlakke stalen schijf zonder hals |
|
Flens met conische hals/lasnek |
|
Lasverbinding |
|
Hoeklas aan de buis |
|
Stuiklas / stootlas (Butt weld) |
|
Spanningsverdeling |
|
Minder gunstig bij wisselende belasting |
|
Zeer gunstig (vloeiende overgang) |
|
Niet-destructief |
|
Beperkt tot oppervlakte (MT / PT) |
|
100% Volumetrisch mogelijk (RT / UT) |
|
Toepassing |
|
Water, HVAC, perslucht, utiliteit |
|
Procesindustrie, stoom, chemie, offshore |
|
Montage |
|
Eenvoudig en snel over de pijp te schuiven |
|
Nauwkeurige uitlijning (laskant) vereist |
Type 01 - De vlakke lasflens
Een Type 01 is in essentie een vlakke stalen schijf met boutgaten. Zoals de constructiedetails op laten zien, schuift deze flens over de buis en wordt hij met een hoeklas vastgezet.
- Kenmerken: Kostenefficiënt, snel te installeren en uitstekend geschikt voor lagere mechanische belastingen.
- Aandachtspunt: Door het ontbreken van een hals is er bij de hoeklas meer kans op spanningsconcentraties (stress-keeps) bij trillingen of temperatuurwisselingen.
Type 11 - De Voorlasflens (Weld-Neck)
Een Type 11 beschikt over een conische, taps toelopende hals. Volgens de geometrische standaarden van wordt deze flens 'kop-aan-kop' met een stuiklas (butt weld) aan de buis verbonden.
- Kenmerken: De conische hals zorgt voor een vloeiende overgang van de flens naar de buiswand. Dit minimaliseert spanningspieken en garandeert een superieure vermoeiingssterkte.
- Aandachtspunt: Het vereist een nauwkeurigere lasvoorbereiding in de werkplaats, maar levert technisch de meest betrouwbare verbinding op.
Constructieve afweging: wanneer kies je welke?
Een hardnekkig misverstand is dat plaatflenzen alleen voor lage drukinstallaties bestemd zijn. De EN 1092-1 normering normeert Type 01 flenzen (afhankelijk van de diameter) immers tot en met PN 100. De keuze hangt dan ook niet puur af van de druk op de manometer, maar van de procescondities:
- Kies Type 01 bij: Constante temperaturen, niet-kritische media (zoals water, lucht of HVAC-systemen) en projecten waarbij de initiële materiaalkosten een grote rol spelen.
- Kies Type 11 bij: Hoge temperaturen, zware mechanische trillingen, stoominstallaties of chemische processen.
Bovendien speelt wetgeving een rol. Binnen de Richtlijn Drukapparatuur (PED 2014/68/EU) moeten lassen in zwaardere risicoklassen volumetrisch (met Röntgen of Ultrasoon) gekeurd kunnen worden. Dit kan constructief gezien alleen bij de stuiklas van een Type 11 flens, waardoor Type 01 in kritische, inspectieplichtige systemen vaak direct afvalt.
Conclusie
Zowel Type 01 als Type 11 hebben hun vaste waarde in de installatietechniek. Het besparen op de materiaalkosten van een flens (Type 01) is een uitstekende keuze, zolang de installatie niet wordt blootgesteld aan zware thermische of mechanische cycli. Bij twijfel over trillingen of strenge veiligheidseisen is de Type 11 voorlasflens de enige juiste keuze voor de lange termijn.
Heeft u te maken met een project met specifieke procescondities en twijfelt u over de juiste flensselectie conform EN 1092-1? Nijhuis & Wigger denkt als specialist graag met u mee over de juiste configuratie en materiaalcertificering.